Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
Zaken 4 en 5
3.De bewijsbeslissing
dezezich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan
envergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [aangever 1] (en [aangever 2] en [aangever 3] en
[aangever 4]), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden
engemakkelijk te maken, door:
[aangever 4], en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en te doen vergezellen van geweld en bedreiging met geweld tegen [aangever 3] en
[aangever 4], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, (bij deze) [aangever 3] en
[aangever 4]:
heeft gezegd/bevolendat zij hun geld en telefoons moesten afgeven,
diezich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan
envergezeld van geweld tegen [aangever 5] en haar collega [aangever 6] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden
engemakkelijk te maken
enom, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of
deandere deelnemer aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door:
dezezich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan van bedreiging met geweld tegen [aangever 8] , te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal gemakkelijk te maken,
hetrijbewijs heeft gebruikt met het oogmerk om zijn, verdachtes, identiteit te verhelen en de identiteit van die [aangever 5] te misbruiken, uit welk gebruik enig nadeel kon ontstaan en welk gebruik erin bestond dat hij, verdachte,
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.Vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen
€ 1.750,- immateriële schade.
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
23 (DRIEENTWINTIG) MAANDEN;
8 (ACHT) MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;