De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen besluiten van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) betreffende zijn echtgenote, mevrouw Roomeijer-Privé, die diverse medische aandoeningen heeft waaronder dementie, diabetes en retinopathie. Het primaire besluit I kende haar recht toe op langdurige zorg onder het zorgprofiel 'beschermd wonen met intensieve dementiezorg'. Het primaire besluit II betrof opname op grond van de Wet zorg en dwang (Wzd).
Eiser betwistte de besluiten en stelde dat de opname slechts tijdelijk nodig was en dat het beeld van zijn echtgenote onjuist en respectloos was. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het primaire besluit II niet-ontvankelijk omdat de Awb geen beroep tegen dit besluit toestaat. Het beroep tegen het bestreden besluit, het bezwaar tegen het primaire besluit I, werd inhoudelijk beoordeeld.
De rechtbank stelde vast dat de medisch adviseur van verweerder een deugdelijk en zorgvuldig advies had uitgebracht, rekening houdend met de medische situatie en afhankelijkheid van eiser. Ondanks het ontbreken van een huisbezoek was nader onderzoek niet noodzakelijk. De combinatie van medische aandoeningen en de afhankelijkheid van eiser voor dagelijkse verzorging rechtvaardigt het recht op langdurige zorg.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het recht op langdurige zorg heeft toegekend en wees het beroep van eiser af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.