Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 januari 2023 in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
(de rechtbank begrijpt 2021)telefonisch contact heeft gehad met eiseres. In de memo staat voor zover hier relevant het volgende:
geadresseerde– lees: eiseres – kenbaar heeft gemaakt dat zij per e-mail voldoende bereikbaar is. Dat is hier niet het geval, nu verweerder tijdens de zitting heeft toegelicht dat met de dochter is besproken dat de verdere contacten, waaronder het toezenden van de beslissing op bezwaar, per e-mail plaats zouden vinden. Dat eiseres in het telefonisch contact met verweerder heeft toegelicht dat haar dochter ‘alles regelt’ is volgens de rechtbank bovendien op zichzelf bezien onvoldoende om aan te nemen dat haar dochter gemachtigd was in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om de belangen van haar moeder te behartigen, en dus in de positie verkeerde om de wijze van bekendmaking met verweerder af te stemmen. [5] Zeker nu eiseres in haar beroepschrift heeft toegelicht en tijdens de zitting heeft benadrukt dat de afspraak met verweerder was dat zij de correspondentie zelf zou ontvangen per post.
14 september 2021 heeft ontvangen. Zij had daarom tot en met 26 oktober 2021 om bezwaar te maken. Eiseres heeft verder tijdens de zitting toegelicht dat zij tijdig bezwaar heeft ingediend, maar dat het bezwaarschrift blijkbaar door verweerder nooit is ontvangen. Enig bewijs van verzending heeft eiseres niet overgelegd. Verweerder heeft toegelicht dat hij het bezwaarschrift waar eiseres op doelt niet heeft ontvangen, en daarbij benadrukt dat ook als eiseres het bezwaarschrift aan een verkeerde afdeling of verkeerd adres van de gemeente had gestuurd, het bezwaarschrift uiteindelijk wel terecht was gekomen bij de afdeling bezwaar. De rechtbank vindt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij eerder dan met de brief van 3 november 2021 bezwaar heeft ingesteld bij verweerder. Uitgaande van die datum, is het bezwaar te laat ingediend.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiseres te vergoeden.
mr.S.M. Kraan, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 januari 2023.
de uitspraak mede te ondertekenen.