ECLI:NL:RBDHA:2023:3233
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling toetsingsinkomen voor zorgtoeslag en terugvordering
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het door de Belastingdienst vastgestelde toetsingsinkomen van €44.232,- voor de berekening van zijn zorgtoeslag over 2020. Dit inkomen was gebaseerd op een nabetaling van bijstandsuitkeringen over de jaren 2017 tot en met 2019, die in 2020 door de gemeente Zoetermeer in de Basisregistratie Inkomen (BRI) was opgenomen.
Eiser stelde dat het nabetalingsbedrag feitelijk was besteed aan leningen van zijn kinderen en daarom als 'papieren inkomen' niet als draagkrachtig inkomen moest worden meegeteld. Hij voerde aan dat de terugvordering van toeslagen daardoor onevenredig zou zijn. Verweerder handhaafde het geregistreerde inkomen en stelde dat hij niet bevoegd was om een belangenafweging te maken bij terugvordering, aangezien dit onder de ontvanger valt.
De rechtbank stelde vast dat partijen het eens waren over de hoogte van het toetsingsinkomen en dat de beroepsgronden tegen de terugvordering niet ontvankelijk waren in deze procedure. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees erop dat de inspecteur het verzoek om belangenafweging had overgedragen aan de ontvanger, die dit in behandeling neemt.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het bestreden besluit inzake het toetsingsinkomen voor zorgtoeslag wordt ongegrond verklaard.