ECLI:NL:RBDHA:2023:3235
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen terugvordering huurtoeslag wegens vermogen medebewoner afgewezen
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de terugvordering van €3.618,- aan teveel ontvangen huurtoeslag over 2019, omdat het vermogen van zijn zoon ten onrechte zou zijn meegeteld en hij geen huurtoeslag voor 2019 had aangevraagd.
De rechtbank oordeelt dat de zoon terecht als medebewoner is aangemerkt en dat diens vermogen van €158.878,- het heffingsvrije vermogen ruim overschrijdt, waardoor de huurtoeslag voor 2019 terecht op nihil is vastgesteld. Verweerder hoefde niet af te wijken van de aanslag inkomstenbelasting die het vermogen vaststelt.
De rechtbank stelt dat eiser redelijkerwijs had moeten weten dat het vermogen van zijn zoon relevant was en dat het niet reageren op voorschotbeschikkingen niet voorkomt dat terugvordering mogelijk is. Ook acht de rechtbank de financiële situatie van de zoon geen bijzondere omstandigheid die matiging van de terugvordering rechtvaardigt.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en verweerder hoeft niet af te zien van de terugvordering. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van teveel ontvangen huurtoeslag 2019 wordt ongegrond verklaard.