ECLI:NL:RBDHA:2023:3400
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechterlijke dwangsom wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 15 december 2021. De wettelijke beslistermijn van 8+8 weken werd overschreden, en verweerder reageerde niet op verzoeken om nadere informatie.
De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is vanwege de overschrijding van de beslistermijn. Op grond van een uitspraak van de hoogste bestuursrechter is het opleggen van een rechterlijke dwangsom in asielzaken weer mogelijk.
De rechtbank droeg verweerder op binnen acht weken na de uitspraak een eerste gehoor te houden en binnen acht weken na dat gehoor een besluit te nemen, met een maximale termijn van zestien weken bij overgang naar de verlengde asielprocedure. Voor elke dag overschrijding wordt een dwangsom van €100 opgelegd, met een maximum van €7.500.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser, vastgesteld op €418,50, vanwege de lichte aard van de zaak en de verleende toevoeging. De uitspraak werd gedaan door rechter J.J.P. Bosman op 15 maart 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is gegrond verklaard en een dwangsom opgelegd met termijnen voor besluitvorming.