Uitspraak
SGR 22/603 en SGR 22/604
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van3 maart 2023 in de zaken tussen
[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels),
de heffingsambtenaar van de gemeente Rijswijk, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
€ 4.415.000 (Onroerende zaak 1);
€ 61.000 (Onroerende zaak 2);
€ 336.000 (Onroerende zaak 3);
€ 129.000 (Onroerende zaak 4);
€ 95.000 (Onroerende zaak 5);
€ 125.000 (Onroerende zaak 6);
€ 64.000 (Onroerende zaak 7).
Zitting
Beslissing
Overwegingen
[naam 1] om, naar aanleiding van hetgeen in de begeleidende brieven bij de op de zaak betrekking hebbende stukken is geschreven, navraag te doen over de ontbrekende taxatiekaarten in de zaken SGR 22/599, SGR 22/602 en SGR 22/603 welke volgens de brieven op een later moment aan de rechtbank zouden worden verstuurd. Ook heeft de griffier naar de verweerschriften gevraagd die verweerder, zoals volgt uit de begeleidende brieven, zou opsturen. Met dagtekening 17 februari 2023 heeft verweerder enkel een verweerschrift betrekking hebbend op alle zaken aan de rechtbank toegestuurd.
28 januari 2022 heeft de rechtbank eiseres verzocht toe te lichten waarom de beroepstermijn is overschreden. Hierop heeft eiseres geen inhoudelijke reactie gegeven. De rechtbank stelt vast dat op de enveloppe geen poststempel is geplaatst. In dat geval moet worden aangenomen dat het beroepschrift tijdig ter post is bezorgd indien het op de eerste of tweede werkdag na het einde van de beroepstermijn is ontvangen, tenzij het tegendeel komt vast te staan. [1] De rechtbank is daarmee van oordeel dat het beroepschrift, nu het één werkdag na het einde van de beroepstermijn is ontvangen en geen poststempel op de enveloppe is geplaatst, binnen de daarvoor geldende termijn door de rechtbank is ontvangen.
SGR 22/600, SGR 22/601 en SGR 22/604 taxatiekaarten overgelegd. Zoals reeds ter zitting is besproken, zien deze taxatiekaarten niet op de onderhavige waardepeildatum 1 januari 2020, maar op waardepeildatum 1 januari 2021. De taxatiekaarten hebben dan ook geen betrekking op vorengenoemde zaken. In de overige drie zaken heeft verweerder geen taxatiekaarten overgelegd. Verweerder heeft ook anderszins de waarde van de onroerende zaken niet kunnen onderbouwen. De enkele verwijzing naar het eigen verkoopcijfer van
22 januari 2019 zijnde € 5.250.000 maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. Dit verkoopcijfer ziet immers op de verkoop van alle zeven onroerende zaken. Daarbij heeft verweerder niet onderbouwd wat de onderlinge verdeling van deze transactiesom is geweest. Verweerder heeft dan ook niet voldaan aan de op hem rustende bewijslast en de waarden niet aannemelijk gemaakt.
[naam 1] . Daarmee is verweerder voldoende in de gelegenheid gesteld om de juiste en volledige stukken aan de rechtbank te overleggen.
mr. A.C. van Essen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
3 maart 2023.