Uitspraak
vertegenwoordigd door [P],
Hoge Raad
In deze zaak heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin het hoger beroep tegen een beschikking tot aansprakelijkstelling voor vennootschapsbelasting werd behandeld.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en gelet op de klachten en het advies van de procureur-generaal geconcludeerd dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Daarom is gebruikgemaakt van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder nadere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het arrest in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2021. Hiermee is het cassatieberoep definitief afgewezen en blijft de uitspraak van het hof in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a RO.