ECLI:NL:RBDHA:2023:3457

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 maart 2023
Publicatiedatum
17 maart 2023
Zaaknummer
NL23.6489
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 96 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling met zicht op uitzetting

Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, maakt bezwaar tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank toetst of de bewaring rechtmatig is en of er zicht is op uitzetting naar Marokko.

De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin werd vastgesteld dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het onderzoek rechtmatig was. De beoordeling richt zich nu op de periode na 23 januari 2023. Eiser voert aan dat er geen zicht is op uitzetting omdat hij nog niet is gepresenteerd aan de Marokkaanse autoriteiten en onzekerheid bestaat over het verkrijgen van een laissez-passer.

De rechtbank stelt dat in het algemeen kan worden uitgegaan van zicht op uitzetting naar Marokko, gesteund door jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het enkele feit dat de presentatie aan de autoriteiten nog niet heeft plaatsgevonden, is onvoldoende om het ontbreken van zicht op uitzetting aan te nemen. Er zijn geen aanwijzingen dat de presentatie niet zal plaatsvinden of dat geen laissez-passer zal worden afgegeven.

Gelet hierop oordeelt de rechtbank dat het voortduren van de maatregel rechtmatig is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.6489

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiser

V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. R.E.J.M. van den Toorn),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Verweerder heeft op 2 december 2022 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en op 9 maart 2023 het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [Geboortedatum] en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Hierbij wordt verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van
15 december 2022 (ECLI:NL:RBDHA:2022:13862). Vervolgens is al eerder vervolgberoep ingesteld. Hierbij wordt verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 25 januari 2023 (ECLI:NL:RBDHA:2023:843). In de laatstgenoemde uitspraak staat dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek, 23 januari 2023, de maatregel van bewaring rechtmatig is.
4. Eiser voert aan dat er geen zicht is op uitzetting naar Marokko. Uit de voortgangsrapportage blijkt dat eiser nog niet is gepresenteerd aan de Marokkaanse autoriteiten. Onzeker is of de Marokkaanse autoriteiten daadwerkelijk een laissez-passer (lp) voor de gedwongen terugkeer van eiser naar Marokko zullen afgeven.
5. De rechtbank stelt vast dat in zijn algemeenheid kan worden uitgegaan van zicht op
uitzetting naar Marokko. De rechtbank vindt hiervoor steun in de uitspraak van
de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 november 2022. [1] Eiser heeft
geen feiten en omstandigheden naar voren gebracht waaruit zou moeten volgen
dat in zijn geval zicht op uitzetting wel ontbreekt. Het enkele feit dat eiser nog niet is gepresenteerd aan de Marokkaanse autoriteiten is daarvoor onvoldoende. Er zijn dan ook geen aanwijzingen dat deze presentatie niet kan plaatsvinden en dat de Marokkaanse
autoriteiten voor eiser geen lp zullen afgeven.
6. De rechtbank ziet ten slotte ambtshalve geen reden om te oordelen dat het voortduren van de bewaring onrechtmatig is. [2]
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde
publicatie op www.rechtspraak.nl
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

2.Op grond van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022 in de gevoegde zaken C-704/20 en C-39/21.