ECLI:NL:RBDHA:2023:3457
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling met zicht op uitzetting
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, maakt bezwaar tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank toetst of de bewaring rechtmatig is en of er zicht is op uitzetting naar Marokko.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin werd vastgesteld dat de maatregel tot het moment van het sluiten van het onderzoek rechtmatig was. De beoordeling richt zich nu op de periode na 23 januari 2023. Eiser voert aan dat er geen zicht is op uitzetting omdat hij nog niet is gepresenteerd aan de Marokkaanse autoriteiten en onzekerheid bestaat over het verkrijgen van een laissez-passer.
De rechtbank stelt dat in het algemeen kan worden uitgegaan van zicht op uitzetting naar Marokko, gesteund door jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het enkele feit dat de presentatie aan de autoriteiten nog niet heeft plaatsgevonden, is onvoldoende om het ontbreken van zicht op uitzetting aan te nemen. Er zijn geen aanwijzingen dat de presentatie niet zal plaatsvinden of dat geen laissez-passer zal worden afgegeven.
Gelet hierop oordeelt de rechtbank dat het voortduren van de maatregel rechtmatig is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.