ECLI:NL:RBDHA:2023:843
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling wegens uitzetting naar Marokko
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, maakte bezwaar tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 is opgelegd. De rechtbank had deze maatregel reeds eerder getoetst en achtte deze toen rechtmatig.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of verweerder voldoende voortvarend handelde bij de uitzetting van eiser naar Marokko. Eiser stelde dat verweerder onjuist had gerapporteerd over de datum van indiening van de laissez-passer aanvraag. De rechtbank concludeerde dat verweerder tijdig was gestart met het proces en de aanvraag uiteindelijk op 28 december 2022 had ingediend, wat voldoende voortvarendheid toont. Daarnaast werkte eiser niet mee aan zijn terugkeer.
De rechtbank zag geen reden om het voortduren van de maatregel onrechtmatig te achten en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.