ECLI:NL:RBDHA:2023:354
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen bestuurlijke dwangsommen bij asielaanvraag
Eiser stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag en de vraag of verweerder bestuurlijke dwangsommen had verbeurd. De asielaanvraag was inmiddels ingewilligd, waardoor het beroep op het niet tijdig beslissen geen procesbelang meer had.
De kern van het geschil betrof de toepassing van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND, die uitsluit dat bestuurlijke dwangsommen worden toegepast op asielaanvragen. Eiser verwees naar eerdere uitspraken waarin deze uitsluiting wegens strijd met het Unierecht werd betwist.
De rechtbank overwoog dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State recentelijk had geoordeeld dat de Tijdelijke wet niet in strijd is met het Unierecht, omdat er alternatieve rechtsmiddelen bestaan. Hierdoor ontbrak ook het procesbelang voor het beroep tegen het niet verbeuren van bestuurlijke dwangsommen.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en veroordeelde verweerder in de proceskosten van €418,50, aangezien eiser door het instellen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen wel proceskosten had gemaakt.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van €418,50.