ECLI:NL:RBDHA:2023:3555
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-zaak Irakese asielzoeker
Verzoeker, van Iraakse nationaliteit, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend bij de Nederlandse staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Deze laatste nam de aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk was voor de behandeling van de asielaanvraag.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 14 maart 2023 in Groningen, waar verzoeker werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu in de hoofdzaak uitspraak was gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd openbaar gemaakt en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat in de hoofdzaak reeds uitspraak is gedaan.