Eiser, afkomstig uit Algerije, verzocht asiel met het verhaal dat hij in 2022 door een terroristische organisatie was ontvoerd, mishandeld en veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf wegens drugsbezit/-handel. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond en legde een inreisverbod van twee jaar op, vanwege tegenstrijdige, summiere en valse verklaringen en gedragingen van eiser sinds zijn aankomst in Nederland.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de motivering van het besluit terecht in stand kan houden. Eiser heeft niet betwist dat hij niet meewerkte aan het vaststellen van zijn identiteit, niet verscheen voor nader gehoor en winkeldiefstallen pleegde. De rechtbank acht deze gedragingen relevant voor de geloofwaardigheid van zijn asielverzoek.
Verweerder stelde terecht dat eiser tegenstrijdige verklaringen gaf over zijn ontvoering, verblijf en vertrek uit Algerije, en dat hij valse verklaringen gaf over zijn criminele verleden. Eiser bracht psychische problematiek naar voren, maar onderbouwde dit niet. Ook het ontbreken van documenten ter onderbouwing van zijn verhaal weegt tegen hem.
Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat eiser geen vluchteling is en geen reëel risico loopt bij terugkeer. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.