ECLI:NL:RBDHA:2023:371

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 januari 2023
Publicatiedatum
19 januari 2023
Zaaknummer
NL22.8683
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:17 AwbArt. 4:18 AwbArt. 4:19 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55c Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij bestuurlijke dwangsom asielaanvraag

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarbij haar asielaanvraag werd ingewilligd. Het centrale geschilpunt betreft de vraag of verweerder een bestuurlijke dwangsom heeft verbeurd.

De rechtbank overweegt dat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND uitsluit dat de artikelen over bestuurlijke dwangsommen van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing zijn op asielaanvragen. Eiseres betoogt dat deze uitsluiting strijdig is met het Unierecht, met name het gelijkwaardigheidsbeginsel en het doeltreffendheidsbeginsel.

De rechtbank volgt de recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die oordeelde dat de Tijdelijke wet niet in strijd is met deze beginselen. Hierdoor kan verweerder geen bestuurlijke dwangsommen verbeuren, zodat eiseres met haar beroep geen belang heeft.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ziet zij geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang omdat geen bestuurlijke dwangsom kan worden verbeurd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.8683

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser], eiseres

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M. Spapens),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

(gemachtigde: mr. B. Asadoella

Procesverloop

Bij besluit van 10 mei 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres van 26 juli 2021 ingewilligd.
Eiseres heeft op 16 mei 2022 beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Het procesbelang van eiseres is gelegen in de vraag of verweerder een bestuurlijke dwangsom heeft verbeurd. De Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND (Tijdelijke wet) sluit uit dat de artikelen 4:17 tot en met 4:19 en 8:55c van de Awb worden toegepast op besluiten op asielaanvragen. Om die reden kan verweerder aan eiseres geen bestuurlijke dwangsommen verbeuren. Eiseres stelt evenwel dat de Tijdelijke wet in zoverre onverbindend is wegens strijd met het Unierecht. Hierbij verwijst zij onder meer naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 22 april 2022. [1]
2. Bij de beoordeling van de verenigbaarheid van de hier aan de orde gestelde regeling met het Unierecht geldt dat het buiten toepassing laten van de bestuurlijke dwangsomregeling niet mag resulteren in voor asielaanvragen ongunstiger procedurevoorschriften dan die welke gelden voor soortgelijke situaties naar nationaal recht (gelijkwaardigheidsbeginsel). Daarnaast mag de uitoefening van het door het Unierecht verleende recht op internationale bescherming in de praktijk niet onmogelijk of uiterst moeilijk worden gemaakt (doeltreffendheidsbeginsel).
3. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft bij uitspraak van 30 november 2022 [2] geoordeeld dat artikel 1 van Pro de Tijdelijke wet, voor zover het de uitsluiting van bestuurlijke dwangsommen betreft, niet in strijd is met het doeltreffendheidsbeginsel en evenmin met het gelijkwaardigheidsbeginsel. Dit heeft tot gevolg dat verweerder geen dwangsommen verschuldigd is. Hierdoor kan eiseres met het beroep niet bereiken wat zij wil, zodat het procesbelang ontbreekt.
4. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.