ECLI:NL:RBDHA:2023:374
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot intrekking onterecht toegekende bestuurlijke dwangsom bij asielaanvraag
Eiser kreeg bij besluit van 14 oktober 2021 een bestuurlijke dwangsom toegekend wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Verweerder trok deze dwangsom op 27 oktober 2021 in, stellende dat deze ten onrechte was toegekend. Eiser stelde beroep in tegen deze intrekking.
De rechtbank overwoog dat sinds 11 juli 2021 de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND van toepassing is, waardoor dwangsommen bij asielaanvragen niet meer verbeurd kunnen worden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde dat deze wet niet in strijd is met het Unierecht. De rechtbank stelde vast dat verweerder bevoegd was de dwangsom in te trekken omdat sprake was van een kennelijke misslag.
Eiser voerde aan dat intrekking in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel, vertrouwensbeginsel, het verbod van reformatio in peius en het recht op hoor en wederhoor. De rechtbank verwierp deze bezwaren en oordeelde dat eiser redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat de dwangsom onjuist was toegekend. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bestuurlijke dwangsom wordt ongegrond verklaard.