ECLI:NL:RBDHA:2023:3816
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid voortduring maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
De rechtbank Den Haag heeft op 22 maart 2023 uitspraak gedaan over de rechtmatigheid van de voortduring van een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was reeds eerder getoetst en bevonden rechtmatig tot 2 januari 2023. Verweerder heeft de rechtbank geïnformeerd over de voortgang en eiser heeft verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft het zicht op uitzetting beoordeeld aan de hand van de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die stelt dat er in algemene zin zicht is op uitzetting naar Marokko. Hoewel nog geen persoonlijke presentatie bij de Marokkaanse autoriteiten heeft plaatsgevonden, is dit geen reden om het zicht op uitzetting te ontkennen.
Verder heeft de rechtbank vastgesteld dat verweerder voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting, onder meer door een rappellering bij de Marokkaanse autoriteiten en een vertrekgesprek met eiser. Eiser heeft onvoldoende aangetoond dat hij actief meewerkt, onder meer door het niet overleggen van documenten ter onderbouwing van zijn identiteit. Gezien het risico dat eiser zich aan toezicht onttrekt en het ontbreken van garanties bij lichtere maatregelen, is de voortzetting van de maatregel van bewaring rechtmatig.
De rechtbank wijst een proceskostenveroordeling af en stelt dat tegen deze uitspraak hoger beroep mogelijk is bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: De voortzetting van de maatregel van bewaring is rechtmatig verklaard.