Uitspraak
1.ECLI:NL:RVS:2014:892.
3.ECLI:EU:C:2022:858.
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, is op 24 december 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, onder a van de Vreemdelingenwet 2000. Tijdens het gehoor heeft eiser aangegeven geen asielaanvraag te willen indienen, waardoor de grondslag van de bewaring als juist wordt beoordeeld.
Verweerder heeft de bewaring opgelegd vanwege het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou belemmeren, mede gelet op strafrechtelijke antecedenten. Hoewel verweerder erkent niet te hebben voldaan aan zijn inspanningsverplichting om bewaring na strafrechtelijke detentie te voorkomen, weegt het belang van voortzetting van de bewaring zwaarder.
Eiser heeft medische klachten aangevoerd, maar de rechtbank acht de medische zorg in detentie gelijkwaardig aan die in de vrije maatschappij en ziet geen onredelijke bezwarendheid. De aanvraag van het laissez passer is in behandeling en afhankelijk van de Marokkaanse autoriteiten.
De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen en zijn er geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.