ECLI:NL:RBDHA:2023:383

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 januari 2023
Publicatiedatum
19 januari 2023
Zaaknummer
NL22.10080
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:20 AwbArt. 8:54 AwbBesluit proceskosten bestuursrechtTijdelijke wet opschorting dwangsommen INDArt. 47 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet-tijdig beslissen asielaanvraag deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 12 augustus 2021. Verweerder heeft op 5 augustus 2022 alsnog een besluit genomen waarin de asielaanvraag is ingewilligd. Hierdoor vervalt het procesbelang voor het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit, waardoor dit deel van het beroep niet-ontvankelijk is verklaard.

Daarnaast is het beroep tegen het verbeuren van bestuurlijke dwangsommen ook niet-ontvankelijk verklaard, omdat de tijdelijke wet die het verbeuren van deze dwangsommen uitsluit niet in strijd is met het Unierecht en het Handvest van de grondrechten van de EU. Het beroep tegen het bestreden besluit is ongegrond verklaard omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn opgegeven identiteit juist is, mede doordat de overgelegde documenten vals bleken te zijn.

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van proceskosten aan eiser ter hoogte van € 837,-. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen en het verbeuren van dwangsommen is niet-ontvankelijk, het beroep tegen het besluit is ongegrond, en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.10080

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiser

V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. M.S. Yap),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 1 juni 2022 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 12 augustus 2021.
Bij besluit van 5 augustus 2022 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser ingewilligd.
Desgevraagd heeft eiser de rechtbank medegedeeld dat het beroep wordt gehandhaafd.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Awb heeft het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit mede betrekking op het alsnog genomen besluit, tenzij dit geheel aan het beroep tegemoet komt.
2. De rechtbank stelt vast dat verweerder op 5 augustus 2022 heeft beslist op de asielaanvraag van eiser. Hiermee is het procesbelang komen te vervallen. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk, voor zover het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
3. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft in een uitspraak van 30 november 2022 [1] geoordeeld dat artikel 1 van Pro de Tijdelijke wet [2] , voor zover daarin het verbeuren van bestuurlijke dwangsommen wordt uitgesloten, niet in strijd is met het Unierechtelijk gelijkwaardigheids- en doeltreffendheidsbeginsel en evenmin met artikel 47 van Pro het Handvest [3] . Nu eiser hiermee niet kan bereiken wat hij wil, ontbreekt het procesbelang. Het beroep is daarom ook kennelijk niet-ontvankelijk voor zover het ziet op de stelling dat verweerder aan eiser bestuurlijke dwangsommen heeft verbeurd.
4. Eiser voert aan dat verweerder in het besluit van 5 augustus 2022 ten onrechte niet is uitgegaan van de door hem opgegeven identiteit, inclusief de door hem opgegeven geboortedatum. Eiser stelt dat hij de door hem opgegeven identiteit voldoende aannemelijk heeft gemaakt. Uit het besluit van 5 augustus 2022 blijkt echter dat de daartoe overgelegde documenten vals zijn bevonden en dat eiser geen contra-expertise heeft overgelegd. Nu eiser zijn stelling niet met andere documenten heeft onderbouwd is het beroep, voor zover het ziet op de aannemelijkheid van de door eiser opgegeven identiteit, kennelijk ongegrond.
5. Eiser heeft terecht beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De rechtbank ziet daarom aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 837,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep, voor zover dat is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk;
  • verklaart het beroep, voor zover dat is gericht op de vaststelling van de bestuurlijke dwangsom, kennelijk niet-ontvankelijk;
  • verklaart het beroep, voor zover dat is gericht tegen het bestreden besluit, ongegrond;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 837,- (achthonderdzevenendertig euro).
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

2.Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND.
3.Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.