ECLI:NL:RBDHA:2023:3933
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Bulgarije op grond van Dublinverordening
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 21 september 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Bulgarije op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Bulgarije had het verzoek tot terugname van eiser geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat hij niet tegenstrijdig had verklaard over zijn verblijf in Bulgarije en dat er sprake is van mishandelingen en pushbacks in Bulgarije, waardoor het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet geldt. Hij verwees naar rapporten en uitspraken ter onderbouwing van zijn vrees voor terugkeer.
De rechtbank oordeelde dat Bulgarije in beginsel verantwoordelijk is en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, tenzij eiser zwaarwegende redenen aanvoert. Eiser slaagde er niet in concrete aanwijzingen te leveren dat hij als Dublinterugkeerder het risico loopt op pushbacks. Ook de overige argumenten werden onvoldoende onderbouwd. Verweerder hoefde daarom het asielverzoek niet aan zich te trekken.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter K.M. de Jager en is aan te vechten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.