ECLI:NL:RBDHA:2023:3937
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verordening
Eiser, met de Guinese nationaliteit, diende op 3 oktober 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling. Dit volgt uit een eerder verzoek tot terugname dat Frankrijk op 29 november 2022 accepteerde.
Eiser betoogde dat hij niet aan Frankrijk kon worden overgedragen vanwege slechte opvangomstandigheden, manipulatie tijdens zijn minderjarigheid en gebrek aan vertrouwen in Franse autoriteiten. Hij verwees naar het AIDA-rapport van april 2022 en stelde dat hij risico loopt op illegaal verblijf en onmenselijke behandeling in Frankrijk.
De rechtbank oordeelde dat Frankrijk in beginsel verantwoordelijk is en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij eiser een hoge drempel moet overwinnen om dit te weerleggen. De aangevoerde omstandigheden en het AIDA-rapport boden onvoldoende bewijs voor een reëel risico op schending van fundamentele rechten bij overdracht.
Ook de overige argumenten van eiser werden onvoldoende onderbouwd. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de verantwoordelijkheid aan Frankrijk heeft gelaten en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.