ECLI:NL:RBDHA:2023:4025
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak van Sri Lankaanse verzoeker
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening in een asielprocedure van een verzoeker met de Sri Lankaanse nationaliteit, geboren in 1969. Het verzoek is gedaan naar aanleiding van de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure, die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 7 december 2022 als kennelijk ongegrond is afgewezen.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak (NL22.25651) op 10 januari 2023. De verzoeker was aanwezig, bijgestaan door zijn gemachtigde en een tolk. De vertegenwoordiger van de Staatssecretaris was eveneens aanwezig.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu de hoofdzaak reeds is behandeld en uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan op 23 januari 2023 door voorzieningenrechter G.P. Loman in aanwezigheid van griffier L.L. Hol. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.