ECLI:NL:RBDHA:2023:4163
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet-tijdig beslissen asielaanvraag en proceskostenveroordeling
Eiser diende op 17 augustus 2022 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 10 november 2021. De staatssecretaris heeft op 10 november 2022 de asielaanvraag ingewilligd. Eiser handhaafde het beroep met betrekking tot de vraag of bestuurlijke dwangsommen waren verbeurd.
De rechtbank stelt vast dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen daarmee zijn doel heeft verloren en dat eiser geen procesbelang meer heeft. Daarnaast is op grond van de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND vastgesteld dat geen bestuurlijke dwangsommen kunnen worden verbeurd bij besluiten op asielaanvragen. Dit is bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarom ontbreekt ook het procesbelang voor het handhaven van het beroep tegen het niet verbeuren van dwangsommen en wordt het beroep als kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van proceskosten aan eiser van €418,50, vastgesteld op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht, vanwege het instellen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €418,50.