ECLI:NL:RBDHA:2023:4165
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens inwilliging asielaanvraag en uitsluiting bestuurlijke dwangsom
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 12 september 2021. Tijdens de beroepsprocedure heeft verweerder het besluit genomen om de asielaanvraag van eiser op 1 december 2022 in te willigen. Ondanks deze inwilliging heeft eiser het beroep gehandhaafd.
De rechtbank stelt vast dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen daarmee feitelijk is komen te vervallen omdat het procesbelang ontbreekt. Eiser heeft daarnaast verzocht om het opleggen van een bestuurlijke en rechterlijke dwangsom wegens het niet tijdig beslissen. De rechtbank overweegt dat de rechterlijke dwangsom niet aan de orde is nu verweerder alsnog heeft beslist.
Verder wijst de rechtbank op de Tijdelijke wet die de mogelijkheid tot het verbeuren van een bestuurlijke dwangsom in asielzaken uitsluit. Dit is bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in een uitspraak van 30 november 2022. Hierdoor kan eiser met zijn beroep niet bereiken wat hij wil, wat leidt tot het ontbreken van procesbelang en niet-ontvankelijkheid van het beroep.
Ten slotte veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €418,50, vanwege het feit dat eiser het beroep heeft kunnen instellen tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank motiveert de hoogte van de kosten op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de lichte wegingsfactor vanwege de beperkte aard van het beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van €418,50.