ECLI:NL:RBDHA:2023:4233
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen terugkeerbesluit vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
Eiser, een Oezbeekse vreemdeling, kreeg op 3 augustus 2022 een terugkeerbesluit opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, waarin hij werd verplicht binnen vier weken de Europese Unie te verlaten. Eiser stelde dat hij bij kennissen verbleef en voldoende financiële middelen had, maar dit werd niet onderbouwd en maakte het illegale verblijf niet rechtmatig.
De rechtbank overwoog dat het terugkeerbesluit conform artikel 62a van de Vreemdelingenwet 2000 terecht is opgelegd omdat eiser geen rechtmatig verblijf in Nederland of elders in Europa had. Het beroep op een lichter middel werd verworpen omdat de wet dit niet toestaat behalve in specifieke uitzonderingsgevallen die niet van toepassing waren.
Eiser voerde ook aan dat hij een asielaanvraag wilde indienen en bescherming zocht op grond van artikel 3 EVRM Pro, maar de rechtbank stelde vast dat het terugkeerbesluit niet toetst aan die bescherming en dat eiser op het moment van het besluit geen asielaanvraag had ingediend. Bovendien ontbraken aanwijzingen dat hij vreest voor zijn leven bij terugkeer.
Een nieuwe beroepsgrond over tijdelijke bescherming van Oekraïners werd ter zitting aangevoerd, maar werd buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard.