ECLI:NL:RVS:2016:959
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling vrijgelaten wegens onvoldoende motivering bewaring en toekenning schadevergoeding
De vreemdeling was in bewaring gesteld op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een gevaar voor de openbare orde, gebaseerd op zijn criminele antecedenten en een inreisverbod. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep behandeld nadat het Hof van Justitie een prejudiciële vraag had beantwoord over de geldigheid van de toepasselijke Europese richtlijnen.
De Afdeling oordeelde dat de bewaring onvoldoende was gemotiveerd omdat de staatssecretaris niet had aangetoond dat het persoonlijke gedrag van de vreemdeling een actueel en ernstig gevaar voor de openbare orde vormde. Louter verwijzen naar antecedenten en een inreisverbod volstaat niet. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond.
Daarnaast werd de vrijheidsontnemende maatregel opgeheven en werd aan de vreemdeling een schadevergoeding toegekend over de periode van bewaring. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten. De uitspraak benadrukt de noodzaak van een zorgvuldige en actuele motivering bij het opleggen van bewaring aan vreemdelingen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard, de bewaring wordt opgeheven en een schadevergoeding toegekend.