ECLI:NL:RBDHA:2023:4295
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- C.I.H. Kerstens - Fockens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument voor verzorgende ouder wegens ontbreken daadwerkelijke zorg- en opvoedtaken
Eiser, een Turkse vader, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument als verzorgende ouder van zijn minderjarige Nederlandse dochter. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat niet is aangetoond dat eiser daadwerkelijke zorg- en opvoedtaken verricht, noch dat de moeder de omgang met de dochter frustreert, en dat er geen zodanige afhankelijkheidsrelatie bestaat dat de dochter de EU zou moeten verlaten bij weigering van verblijfsrecht.
Eiser betoogt dat hij wel zorg- en contacttaken verricht en dat de omgang wordt gefrustreerd door de moeder, maar heeft dit niet concreet onderbouwd. De rechtbank overweegt dat eiser sinds 2013 niet meer op hetzelfde adres als zijn dochter stond ingeschreven en geen bewijs heeft geleverd van contactpogingen vanuit Turkije. De rechtbank stelt dat het aan eiser is om aannemelijk te maken dat de dochter gedwongen wordt de EU te verlaten, wat niet is gelukt.
Verder is de hoorplicht niet geschonden omdat verweerder redelijkerwijs mocht aannemen dat het bezwaar niet tot een ander besluit zou leiden. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van connexiteit. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.