ECLI:NL:RBDHA:2023:4299
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiser heeft een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd om bij zijn partner te verblijven, maar deze aanvraag is door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen omdat het een herhaalde aanvraag betrof zonder nieuwe feiten of omstandigheden.
De eerdere aanvraag was al afgewezen omdat eiser niet had aangetoond dat hij rechtmatig verblijf had buiten Nederland. Eiser stelde in beroep dat hij wel bestendig verblijf had in België en dat de staatssecretaris een zorgvuldigheidsgebrek had begaan door hem niet te horen in bezwaar.
De rechtbank overweegt dat nieuwe feiten of omstandigheden alleen relevant zijn als deze na het eerdere besluit zijn voorgevallen of niet eerder konden worden aangevoerd. De door eiser overgelegde stukken, waaronder een registratie van verhuizing naar België, zijn onvoldoende om aan te tonen dat hij niet langer in Nederland verblijft.
De rechtbank concludeert dat er geen rechtens relevante nieuwe feiten zijn en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.