ECLI:NL:RVS:2022:1219
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.M.L. Niederer
- W. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek herziening bestuurlijke boete wegens overtreding Arbeidstijdenwet
De zaak betreft het hoger beroep van een onderneming die internationaal en nationaal transport en opslag van dierlijke meststoffen verzorgt, tegen de afwijzing van haar verzoek tot herziening van een bestuurlijke boete opgelegd wegens overtreding van de Arbeidstijdenwet.
De minister legde in 2015 een boete van €88.000 op, die in 2016 werd verlaagd naar €41.000. Het verzoek tot herziening in 2019 werd afgewezen omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld.
De Afdeling oordeelt dat het bestuursorgaan terecht toepassing gaf aan artikel 4:6, tweede lid, van de Awb en dat de aangevoerde argumenten geen nieuwe feiten of omstandigheden vormen. Ook is geen sprake van evident onredelijkheid van het besluit. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het besluit niet is herroepen.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot herziening van de bestuurlijke boete wordt bevestigd.