ECLI:NL:RBDHA:2023:4301
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij herhaalde aanvraag verblijfsdocument EU-recht
Verzoekster, met de Marokkaanse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument op grond van artikel 9 van Pro de Vreemdelingenwet, om verblijf bij haar Nederlandse zoon mogelijk te maken. Deze aanvraag werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen als herhaalde aanvraag zonder nieuwe feiten of omstandigheden. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om de rechtsgevolgen van het besluit op te schorten.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster weliswaar een spoedeisend belang heeft omdat het primaire besluit inhoudt dat zij niet in Nederland mag verblijven, maar dat haar bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft. De aanvraag is een herhaalde aanvraag die hetzelfde rechtsgevolg beoogt als eerdere aanvragen die reeds zijn afgewezen en bevestigd in eerdere procedures. Nieuwe feiten of omstandigheden zijn niet aangevoerd.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en bepaalt dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak is bindend en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft.