ECLI:NL:RBDHA:2023:4302
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens ontbreken feitelijke gezinsband in nareisprocedure
Eiseres, met de Syrische nationaliteit en gehuwd met de referent, heeft een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd in het kader van nareis. De aanvraag werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen, waarna meerdere bezwaar- en beroepsprocedures volgden. De rechtbank heeft eerder uitspraken gedaan waarbij het standpunt van verweerder deels werd verworpen, maar verweerder heeft telkens nieuwe besluiten genomen die het bezwaar ongegrond verklaren.
In het bestreden besluit concludeert verweerder dat niet is aangetoond dat er sprake is van een feitelijke gezinsband tussen eiseres en referent vóór de aankomst van referent in Nederland. Dit standpunt baseert verweerder onder meer op inconsistenties in verklaringen en het feit dat eiseres niet beschikbaar was voor nader onderzoek. De rechtbank oordeelt dat verweerder zich niet onterecht op dit standpunt heeft gesteld en dat eiseres en referent niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij feitelijk samenwoonden of een gezinsleven leidden voorafgaand aan de komst van referent.
Eiseres betoogt dat eerdere uitspraken van de rechtbank vaststaan en dat verweerder daaraan moet voldoen, maar de rechtbank verwijst naar een latere uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak die onderscheid maakt tussen juridisch en feitelijk huwelijk. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk omdat de procedure op het beroep is afgerond.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag tot machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een feitelijke gezinsband.