ECLI:NL:RVS:2020:998
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.W.M. Bijloos
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vaststelling feitelijke gezinsband bij aanvraag machtiging voorlopig verblijf na afwijzing
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees een aanvraag af om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen aan een vreemdeling die op afstand getrouwd was met een referent met een verblijfsvergunning asiel. De rechtbank had het bezwaar van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit vernietigd omdat zij oordeelde dat het bestaan van een rechtsgeldig huwelijk voldoende was voor gezinshereniging.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat het bestaan van een rechtsgeldig huwelijk slechts een weerlegbaar bewijsvermoeden voor de feitelijke gezinsband vormt, en dat uit tegenstrijdige verklaringen blijkt dat er geen werkelijk huwelijks- of gezinsleven is. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht aanvullend onderzoek deed naar de feitelijke gezinsband, ook al was de huwelijksakte als echt erkend.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond. Vervolgens beoordeelde de Raad het beroep van de vreemdeling en verklaarde dit ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de staatssecretaris terecht van het horen in bezwaar afzag. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.