ECLI:NL:RBDHA:2023:4316
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond op grond van medische omstandigheden bij Dublin-overdracht naar Frankrijk
Eiser, met ernstige cardiologische klachten, verzocht de rechtbank om het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid te vernietigen waarbij zijn asielaanvraag niet in behandeling werd genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.
Eiser stelde dat vanwege zijn medische situatie en het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro de overdracht naar Frankrijk niet mocht plaatsvinden zonder nader onderzoek door het Bureau Medische Advisering (BMA). Ter onderbouwing overlegde hij medische documenten, waaronder een brief van zijn cardioloog.
De rechtbank oordeelde dat hoewel eiser ernstige medische problemen heeft, uit de medische stukken niet blijkt dat de overdracht tot ernstige en onomkeerbare gezondheidsschade leidt. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat de benodigde zorg in Frankrijk niet beschikbaar is of dat eiser niet zelfstandig opvang kan regelen.
Daarom zag de staatssecretaris geen aanleiding een BMA-onderzoek te starten of artikel 17 Dublinverordening Pro toe te passen. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens Dublin-overdracht naar Frankrijk is ongegrond verklaard.