ECLI:NL:RBDHA:2023:4347
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang bij weigering WW-uitkering
Verzoeker heeft bij de rechtbank Den Haag een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het UWV om een WW-uitkering te weigeren. De voorzieningenrechter heeft beoordeeld of er sprake is van een spoedeisend belang dat onmiddellijke voorziening rechtvaardigt.
Verzoeker stelde dat hij zonder WW-uitkering genoodzaakt zou zijn een bijstandsuitkering aan te vragen, wat hij als vernederend ervaart en in strijd met zijn menselijke waardigheid acht. De voorzieningenrechter vroeg om nadere onderbouwing van het spoedeisend belang, waarop verzoeker verwees naar zijn beroepschrift.
De rechter oordeelde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er een acute financiële noodsituatie bestaat, mede omdat verzoeker nog over ruim € 6500 spaargeld beschikt en weigert een bijstandsuitkering aan te vragen. Er zijn geen aanwijzingen voor dreigende huisuitzetting of afsluiting van nutsvoorzieningen. Daarom is het spoedeisend belang niet vastgesteld en wordt het verzoek afgewezen. Verzoeker zal de bodemprocedure moeten afwachten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de WW-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.