ECLI:NL:RBDHA:2023:436
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen schending gelijkheidsbeginsel bij verhuurderheffing mede-eigendom 2020
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van bezwaar tegen de verhuurderheffing over 2020. Het geschil betreft de vraag of de reparatiewetgeving die in 2020 werd ingevoerd met terugwerkende kracht mocht worden toegepast en of er sprake is van een voortzetting van een schending van het gelijkheidsbeginsel die in 2019 zou zijn ontstaan.
De rechtbank overweegt dat mede-eigendom en vol eigendom geen feitelijk en rechtens gelijke gevallen zijn. De reparatiewetgeving richt zich uitsluitend op mede-eigendom, terwijl eiseres alleen vol eigendom bezit. Hierdoor is geen sprake van ongelijke behandeling van gelijke gevallen. Ook is geen sprake van een onevenredige ongelijke behandeling.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat het beleid van de Belastingdienst waarbij onroerende zaken in mede-eigendom niet in de aangifte verhuurderheffing hoeven te worden opgenomen, een direct gevolg is van het arrest van de Hoge Raad en geen begunstigend beleid vormt. Het verzoek van eiseres om prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen wordt afgewezen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verhuurderheffing 2020 wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van schending van het gelijkheidsbeginsel.