ECLI:NL:RBDHA:2023:4375
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM wegens te hoge historische nieuwprijs en waardevermindering
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag BPM opgelegd door verweerder, waarbij de hoogte van de aanslag werd betwist. De kern van het geschil betrof de CO2-uitstoot, de waardevermindering wegens schade en de historische nieuwprijs van een Volvo XC60 geproduceerd voor de Amerikaanse markt.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat de auto een product van een andere EU-lidstaat was in de zin van artikel 110 VWEU Pro, waardoor dit artikel niet van toepassing was. Verder werd geoordeeld dat de waardevermindering wegens schade niet in de door eiser gestelde omvang aannemelijk was gemaakt, mede omdat de taxatie van DRZ als deskundig en onafhankelijk werd beschouwd.
Ten aanzien van de historische nieuwprijs stelde de rechtbank vast dat verweerder bij de uitspraak op bezwaar was uitgegaan van een te hoge historische nieuwprijs. De rechtbank besloot daarom de naheffingsaanslag te verminderen tot € 6.668. Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser en het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
De uitspraak werd gedaan door rechter G.J. Ebbeling op 29 maart 2023 en is openbaar. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot € 6.668 en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.