ECLI:NL:RBDHA:2023:4401
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Boerlage - van den Bosch
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring en verzoek schadevergoeding afgewezen
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 22 december 2022 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Marokko, mede omdat geen laissez-passer is verleend en er onvoldoende voortvarendheid is in het uitzettingstraject.
De rechtbank overwoog dat de maatregel van bewaring reeds tweemaal eerder was getoetst en toen rechtmatig werd bevonden. De beoordeling richtte zich nu op de periode na het sluiten van het vorige onderzoek. Uit de voortgangsrapportage bleek dat verweerder op 5 december 2022 een lp-aanvraag heeft ingediend en vijfmaal schriftelijk heeft gerappelleerd. De rechtbank achtte onvoldoende aannemelijk dat de Marokkaanse autoriteiten niet zouden meewerken aan de afgifte van een lp, mede gelet op recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarnaast vond de rechtbank dat eiser onvoldoende meewerkt aan zijn terugkeer. Verweerder heeft ook meerdere vertrekgesprekken gevoerd en herhaalde rappelleringen gedaan. Gelet hierop is het voortduren van de bewaring niet onrechtmatig. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.