ECLI:NL:RVS:2023:438
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van bewaring vreemdeling en afwijzing hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 15 december 2022 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 23 december 2022 ongegrond verklaarde en tevens het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dit hoger beroep richtte zich onder meer op een rechtsvraag die reeds eerder door de Afdeling was beantwoord, met betrekking tot het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moesten worden. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.