ECLI:NL:RBDHA:2023:4424
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid reëel risico ernstige schade en familieleven
Eiseres, met de Braziliaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege mishandeling door haar ex-echtgenoot en vreest psychische schade bij terugkeer naar Brazilië. De rechtbank oordeelt dat de mishandelingen lang geleden zijn en dat eiseres inmiddels geen contact meer heeft met haar ex-echtgenoot. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat Brazilië geen veilig land van herkomst is, mede omdat zij aangifte heeft kunnen doen en een contactverbod is opgelegd.
Daarnaast heeft eiseres onvoldoende onderbouwd dat sprake is van familieleven met haar zoon en kleinkinderen in de zin van artikel 8 EVRM Pro. Zij heeft niet aannemelijk gemaakt dat haar zoon afhankelijk is van haar of dat zij zorg verleent die niet door anderen kan worden gegeven, noch dat er sprake is van hechte persoonlijke banden met haar kleinkinderen.
De rechtbank concludeert dat eiseres geen reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer en dat zij geen recht heeft op een reguliere verblijfsvergunning op grond van familieleven. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag afgewezen.