Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, werd op 24 februari 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat de ophouding onrechtmatig was vanwege het ontbreken van een proces-verbaal, een onjuiste wettelijke grondslag en overschrijding van de maximale ophoudingsduur van zes uur.
De rechtbank oordeelde dat de ophouding aansluitend op strafrechtelijke detentie plaatsvond en dat het niet noodzakelijk is dat er een redelijk vermoeden van illegaal verblijf is voor strafrechtelijke aanhouding. De identiteit van eiser was niet vastgesteld met identificerende documenten, waardoor ophouding op grond van artikel 50, tweede lid, Vw gerechtvaardigd was. De termijn van ophouding was niet overschreden omdat deze pas begon te lopen bij aankomst op de plaats bestemd voor verhoor.
Verder stelde eiser dat de maatregel van bewaring onterecht was opgelegd omdat een lichter middel had moeten worden toegepast. De rechtbank vond dat verweerder voldoende had gemotiveerd waarom een lichter middel niet doeltreffend was, mede vanwege het risico op onttrekking aan toezicht. Ook werd geoordeeld dat verweerder voortvarend had gehandeld door tijdig relevante uitzettingshandelingen te verrichten.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.