ECLI:NL:RBDHA:2023:4593

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 april 2023
Publicatiedatum
3 april 2023
Zaaknummer
AWB 20-5543
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 10 Regeling verstrekkingen asielzoekersArt. 11 Regeling verstrekkingen asielzoekersArt. 56 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vrijheidsbeperkende maatregel COA

Verzoeker, een asielzoeker van Iraakse nationaliteit, heeft bij de rechtbank Den Haag een voorlopige voorziening gevraagd om de vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) te schorsen. Deze maatregel hield in dat verzoeker werd geplaatst in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen en zijn vrijheid van beweging werd beperkt.

De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist. Nu de hoofdberoepen tegen de plaatsing en de vrijheidsbeperkende maatregel bij uitspraak van dezelfde dag ongegrond zijn verklaard, is er geen aanleiding meer om een voorlopige voorziening te treffen.

Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot schorsing van de vrijheidsbeperkende maatregel wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 20/5543

uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 april 2023 in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

van Irakese nationaliteit,
V-nummer: [nummer] ,
(gemachtigde: mr. F.W. Verweij),
en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa), verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 3 april 2020 (het bestreden besluit 1) heeft verweerder 1 besloten om eiser op grond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder h en i, en artikel 11, eerste lid, van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 te plaatsen in een Handhaving- en Toezichtlocatie (hierna: HTL) te Hoogeveen (hierna: het plaatsingsbesluit).
Bij afzonderlijk besluit van 3 april 2020 (het bestreden besluit 2) heeft de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan verzoeker de maatregel van beperking van de vrijheid van beweging opgelegd, zoals bedoeld in artikel 56, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de vrijheidsbeperkende maatregel).
Verzoeker heeft tegen de beide besluiten beroep ingesteld. Het beroep tegen het plaatsingsbesluit is geregistreerd onder zaaknummer AWB 20/3304. Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel is geregistreerd onder zaaknummer NL20.8362. Op deze beroepen zal bij afzonderlijke uitspraak worden beslist.
Bij verzoekschrift van 9 juli 2020 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat de vrijheidsbeperkende maatregel wordt geschorst in afwachting van de beslissing van de beroepen.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Aangezien de beroepen met zaaknummers AWB 20/3304 en NL20.8362 bij uitspraak van heden ongegrond zijn verklaard, bestaat er geen aanleiding een voorlopige voorziening te treffen.
3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om het treffen van een voorlopige
voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van
mr. L.B. Bartels-van Goor, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.