Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 april 2023 in de zaken tussen
[naam] , eiser,
het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa), verweerder 1,
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder 2,
Procesverloop
artikel 11, eerste lid, van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 te plaatsen in een Handhaving- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen (hierna: het plaatsingsbesluit).
artikel 56, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) (hierna: de vrijheidsbeperkende maatregel).
Het beroep tegen het plaatsingsbesluit is geregistreerd onder zaaknummer AWB 20/3304. Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel is geregistreerd onder zaaknummer NL20.08362. De beroepen zijn bij uitspraak van 3 april 2023 afgedaan. De beroepen zijn ongegrond verklaard.
-samengevat- het volgende aan. Allereerst stelt eiser, onder verwijzing naar een uitspraak van 25 mei 2020 (ECLI:NL:RNDHA:2020:4558) dat sprake is van (onrechtmatige) vrijheidsontneming. Ten tweede is de plaatsing in de HTL onrechtmatig vanwege eisers psychische problematiek. Eiser kan geen gedragsverandering laten zien, omdat binnen de HTL niet de specialistische medische zorg wordt geboden die hij nodig heeft. Verder kunnen de incidenten die zijn genoemd in het bestreden besluit 1 niet ‘gerecycled’ worden voor het opleggen van een nieuwe maatregel, omdat de duur is beperkt tot drie maanden. Ook is de kans op een conflict in de HTL juist groter dan op een regulier asielzoekerscentrum vanwege de aanwezigen en hun gedragsproblemen. Het is onjuist en onredelijk om het incident van 4 juni 2020 geheel voor rekening en risico van eiser te laten, nu over de rol van de andere persoon niets bekend is. Dit zal in een strafrechtelijke procedure aan de orde moeten komen. Door eisers verblijf binnen de HTL te verlengen, wordt hij bovendien al gestraft door verweerder.
10 juli 2020 (ECLI:NL:RBDHA:2020:6252) en neemt de daarin getroffen conclusies over. Het is verweerder toegestaan bij ongeoorloofd gedrag maatregelen te treffen die kunnen inhouden dat een vreemdeling in een andere opvanglocatie, zoals de HTL, wordt ondergebracht. De vreemdeling heeft zich uiteindelijk zelf in die positie gebracht. Daarbij bestaat er, indien op een later moment de vreemdeling bezwaren heeft bij de plaatsing in de HTL, bovendien de mogelijkheid om de HTL alsnog te verlaten. De eventuele negatieve consequenties van de keuze om niet in de HTL te verblijven, vloeien voort uit het eigen, onaanvaardbare gedrag van de vreemdeling.
Beslissing
mr. L.B. Bartels-van Goor, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.