ECLI:NL:RBDHA:2023:4598

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 april 2023
Publicatiedatum
3 april 2023
Zaaknummer
AWB 20-3685
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 10 en 11 RvaArt. 56 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vrijheidsbeperkende maatregel COA

De zaak betreft een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening om de vrijheidsbeperkende maatregel, opgelegd aan verzoeker door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), te schorsen in afwachting van de beslissing op de ingestelde beroepen. Het verzoek is gedaan naar aanleiding van twee besluiten van 28 april 2020: het plaatsingsbesluit in een Handhaving- en Toezichtlocatie te Hoogeveen en de vrijheidsbeperkende maatregel.

De voorzieningenrechter stelt vast dat de beroepen tegen beide besluiten inmiddels ongegrond zijn verklaard, waardoor het verzoek om een voorlopige voorziening geen doel meer dient. Op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan een voorlopige voorziening alleen worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist, gelet op de betrokken belangen.

Gezien de afwijzing van de beroepen bestaat er geen aanleiding om de vrijheidsbeperkende maatregel voorlopig te schorsen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dan ook af en ziet geen grond voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter F. Sijens en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tot schorsing van de vrijheidsbeperkende maatregel wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 20/3685

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 april 2023 in de zaak tussen

[naam] , eiser,

geboren op [geboortedatum] ,
van Guinese nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. A.D. Kupelian),
en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa), verweerder

(gemachtigde: mr. J.V. de Kort).

Procesverloop

Bij besluit van 28 april 2020 (het bestreden besluit 1) heeft verweerder 1 besloten om verzoeker op grond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder h en i, en artikel 11, eerste lid, van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (hierna: Rva) te plaatsen in een Handhaving- en Toezichtlocatie (hierna: HTL) te Hoogeveen (hierna: het plaatsingsbesluit).
Bij afzonderlijk besluit van 28 april 2020 (het bestreden besluit 2) heeft de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan verzoeker de maatregel van beperking van de vrijheid van beweging opgelegd, zoals bedoeld in artikel 56, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de vrijheidsbeperkende maatregel).
Verzoeker heeft tegen de beide besluiten beroep ingesteld. Het beroep tegen het plaatsingsbesluit is geregistreerd onder zaaknummer AWB 20/3684. Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel is geregistreerd onder zaaknummer NL20.9957. Op deze beroepen zal bij afzonderlijke uitspraak worden beslist.
Bij verzoekschrift van 1 mei 2020 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat de vrijheidsbeperkende maatregel wordt geschorst in afwachting van de beslissing van de beroepen.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Aangezien de beroepen met zaaknummers AWB 20/3684 en NL20.9957 bij uitspraak van heden ongegrond zijn verklaard, bestaat er geen aanleiding een voorlopige voorziening te treffen.
3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om het treffen van een voorlopige
voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van
mr. L.B. Bartels-van Goor, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.