Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende vreemdeling, is sinds 16 december 2022 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank heeft het eerdere onderzoek en eerdere uitspraken betrokken en beoordeelt nu uitsluitend de rechtmatigheid van de maatregel sinds 13 februari 2023. Eiser betoogt dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede omdat de Marokkaanse autoriteiten niet reageren op rappels en hij al zes maanden in bewaring zit, inclusief een periode in België.
De rechtbank stelt vast dat er in het algemeen wel zicht is op uitzetting naar Marokko, gesteund door recente jurisprudentie en het feit dat meerdere rappels zijn gedaan. De eerdere bewaring in België wordt niet meegeteld bij de beoordeling van de redelijke termijn in Nederland. Ook is verweerder voldoende voortvarend geweest door meerdere rappels en vertrekgesprekken.
Ten slotte oordeelt de rechtbank dat verweerder niet gehouden was tot een verzwaarde belangenafweging met betrekking tot de voorafgaande bewaring in België. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.