ECLI:NL:RBDHA:2023:4690
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam dit verzoek niet in behandeling omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Nederland had op 30 november 2022 een verzoek tot terugname aan Frankrijk gedaan, dat dit op 14 december 2022 accepteerde.
Eiser voerde aan dat hij bij terugkeer naar Frankrijk een reëel risico loopt op onmenselijke of vernederende behandeling, verwijzend naar structurele tekortkomingen in de Franse asielprocedure en opvang, ondersteund door een rapport van Amnesty International en het arrest Jawo. Hij stelde ook dat hij gediscrimineerd en mishandeld was en geen effectieve klachtenmogelijkheden had.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen had geleverd om dit te weerleggen. Er was geen aannemelijk bewijs dat de Franse autoriteiten hun internationale verplichtingen niet nakomen of dat eiser geen opvang zou krijgen. Het claimakkoord garandeert de behandeling van zijn asielverzoek in Frankrijk.
De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris terecht het verzoek niet in behandeling nam en dat er geen bijzondere individuele omstandigheden waren die toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.