ECLI:NL:RBDHA:2023:4710
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig besluit asielaanvraag na vernietiging eerdere besluiten
Eisers hebben op 15 januari 2020 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel ingediend. Na afwijzing van hun aanvragen en een ongegrond verklaard beroep, vernietigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) op 1 februari 2022 de eerdere besluiten en bepaalde dat verweerder opnieuw moest beslissen zonder een specifieke beslistermijn op te leggen.
Volgens vaste jurisprudentie dient het bestuursorgaan binnen dezelfde termijn als de oorspronkelijke beslistermijn te beslissen, in dit geval uiterlijk zes maanden na de uitspraak van de ABRvS, dus uiterlijk 1 augustus 2022. Eisers stelden verweerder op 30 juni 2022 in gebreke, maar dit was prematuur omdat de beslistermijn toen nog niet verstreken was.
Daarom voldeed het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet aan de wettelijke voorwaarden en verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Een proceskostenvergoeding werd niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.