ECLI:NL:RVS:2018:922
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 22 mei 2017 wees de staatssecretaris de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde. De staatssecretaris verzocht vervolgens om een voorlopige voorziening om de uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten.
De voorzieningenrechter overwoog dat de staatssecretaris binnen zes maanden na de uitspraak van de rechtbank een nieuw besluit moet nemen en dat er geen spoedeisend belang is om de voorlopige voorziening toe te kennen. Daarbij werd ook verwezen naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2018:875).
Het verzoek werd dan ook als kennelijk ongegrond afgewezen. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, een bedrag van €501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.