Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] en [naam]
Rechtbank Den Haag
Eiseres, van Kosovaarse nationaliteit, heeft een opvolgende asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris niet-ontvankelijk is verklaard vanwege het ontbreken van nieuwe en relevante feiten. Haar zoon diende eveneens een asielaanvraag in die als kennelijk ongegrond werd afgewezen omdat Kosovo als veilig land van herkomst is aangemerkt.
De rechtbank bevestigt dat eerdere aanvragen en procedures hebben vastgesteld dat eiseres in 2014 slachtoffer was van verkrachting en verstoting door haar familie, maar dat de vrees voor eerwraak of ander geweld niet aannemelijk is. Het enkele feit dat eiseres inmiddels een derde kind heeft, vormt geen nieuw relevant feit. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie en wetgeving die bepalen dat alleen nieuwe elementen of bevindingen na de vorige procedure relevant zijn.
Voor de zoon geldt dat hij geen zelfstandig asielmotief heeft en volledig afhankelijk is van zijn moeder. De rechtbank oordeelt dat Kosovo terecht als veilig land is aangemerkt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij internationale bescherming nodig heeft.
De beroepen worden ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvragen wegens het ontbreken van nieuwe feiten en de aanwijzing van Kosovo als veilig land.