ECLI:NL:RBDHA:2023:474
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen uitspraak over niet tijdig besluit asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard
De rechtbank Den Haag behandelde het verzet van opposant tegen een eerdere uitspraak van 6 juli 2022, waarin het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag gegrond werd verklaard. Opposant stelde dat de uitspraak ten onrechte zonder zitting en op basis van vereenvoudigde behandeling was gedaan, mede vanwege divergentie in de rechtspraak over de verbindendheid van de Tijdelijke Wet.
De rechtbank overwoog dat het verzet zich beperkt tot de vraag of terecht zonder zitting uitspraak is gedaan en of er twijfel bestaat over de uitkomst. Hoewel er sprake was van rechtspraakdivergentie over de Tijdelijke Wet, is de asielaanvraag inmiddels ingewilligd, waardoor opposant geen belang meer heeft bij het verzet. Ook is de Tijdelijke Wet verbindend voor de uitsluiting van bestuurlijke dwangsommen.
Daarom verklaarde de rechtbank het verzet niet-ontvankelijk. Wel oordeelde de rechtbank dat vanwege de eerdere onterechte kennelijke uitspraak de proceskosten voor het indienen van het verzet moeten worden vergoed. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd veroordeeld tot betaling van € 209,25 aan opposant. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 209,25.