ECLI:NL:RBDHA:2023:475
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag met oplegging dwangsom
Eiser heeft op 11 mei 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag die op 18 juli 2021 was ingediend. De wettelijke beslistermijn van zes maanden was verstreken zonder dat verweerder een besluit had genomen, en er was geen verlenging aangevraagd. Eiser stelde verweerder op 21 april 2022 rechtsgeldig in gebreke, waarna het beroep werd ingediend.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat verweerder niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. De rechtbank verwijst naar het 8+8-weken model van de Afdeling bestuursrechtspraak, waarbij een termijn van acht weken wordt gesteld voor het nemen van een besluit na de uitspraak. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen deze termijn een besluit moet nemen en legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor iedere dag dat de uitspraak niet wordt nageleefd.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €379,50. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en openbaar gemaakt op 20 januari 2023. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd, en verweerder wordt opgedragen binnen acht weken alsnog een besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.