ECLI:NL:RBDHA:2023:4815
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitstel van vertrek wegens onvoldoende bewijs ontoegankelijkheid medische zorg in Armenië
Eiseres, van Armeense nationaliteit, verzocht meerdere malen om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, met als argument dat zij vanwege haar etnische afkomst en medische situatie geen toegang zou hebben tot noodzakelijke zorg in Armenië. De eerdere asielaanvraag van eiseres was afgewezen en haar identiteit en nationaliteit waren in eerdere procedures geloofwaardig geacht.
Bij het bestreden besluit wees verweerder het verzoek af, mede op basis van een medisch advies waarin werd vastgesteld dat de benodigde zorg in Armenië beschikbaar is en dat reizen mogelijk is mits medische gegevens en medicatie worden meegenomen. Verweerder stelde dat eiseres onvoldoende bewijs leverde dat zij niet bij de Armeense autoriteiten terecht kan en dat zij niet aannemelijk maakte dat de zorg feitelijk niet toegankelijk is.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het medische advies heeft gevolgd en dat eiseres geen concrete aanwijzingen gaf die twijfel aan de juistheid van dat advies rechtvaardigen. Ook was verweerder onvoldoende concreet in het motiveren van de twijfel aan de identiteit en nationaliteit van eiseres, maar dit motiveringsgebrek werd gepasseerd omdat het de uitkomst niet beïnvloedt.
De rechtbank concludeerde dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij de noodzakelijke medische zorg niet kan verkrijgen in Armenië en dat het beroep ongegrond is. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard.